Archipelschool De Tweemaster-Kameleon


Leonardo onderwijs biedt hoogbegaafde kinderen een passend lesprogramma. Kinderen kunnen in hun eigen tempo en op hun eigen manier de leerlijnen taal en rekenen/wiskunde doorwerken en daarnaast verbreden, verdiepen en verrijken in de leergebieden aardrijkskunde, geschiedenis, kennis der natuur en wetenschap.

Naast de cognitieve ontwikkeling is er brede aandacht voor kunst, cultuur, dans, drama, muziek en sport (waaronder ook de denksporten).


Passend onderwijs

Een veel voorkomende mening over hoogbegaafde kinderen is, dat deze kinderen het toch wel treffen. Ze hoeven zich nooit in te spannen, halen altijd hoge punten en gaan dus met veel plezier naar school. Niets is echter minder waar. Wetenschappelijk onderzoek en ervaringsgegevens van orthopedagogische bureaus, die kinderen en scholen begeleiden, wijzen uit, dat 50 tot 80 procent van deze kinderen problemen krijgt op school. Hoe kan dat nou?

 

Waarom Leonardo?

 

Het Nederlandse onderwijs lijkt goed geregeld, maar uit diverse studies blijkt dat de groep hoogbegaafde kinderen geen passend onderwijs krijgt. En dat leidt voor een fors deel van de groep hoogbegaafde basisscholieren (ca. 30.000-45.000) en leerlingen in het voortgezet onderwijs (ca. 20.000-30.000) dus tot problemen. Maar belangrijker: wat een verlies voor onze maatschappij. De Nederlandse kenniseconomie moet het in toenemende mate hebben van hoogopgeleide mensen, die creatieve ideeën en oplossingen aandragen. Dit is precies de sterke kant van hoogbegaafden!

 

Het verschil in ontwikkeling tussen een gemiddeld begaafd en hoogbegaafd kind is groot. Als hoogbegaafde kinderen met vier jaar in groep 1 instromen, is hun emotionele leeftijd wel vier jaar, maar intellectueel gezien denken en leren ze al op het niveau van een gemiddelde zes tot achtjarige. Dit blijkt vaak uit hun grote woordenschat, vroegtijdige leesontwikkeling, behoorlijk getalbegrip en hun zeer ruime algemene kennis. Het zal duidelijk zijn, dat de werkjes die de klas krijgt ver onder het niveau liggen van hoogbegaafde kinderen en dat de vragen die deze kinderen stellen door de rest van de klas vaker als "raar" worden ervaren. 

Hoe nu deze kinderen op hun niveau aan te spreken? Dat is een probleem in de schoolorganisatie. Een leerkracht zal zich in zijn/haar wijze van les geven voornamelijk laten leiden door wat het grootste gedeelte van de klas kan behappen. Kinderen die wat meer aankunnen, krijgen soms wat moeilijker werkjes, kinderen die ergens moeite mee hebben krijgen wat extra uitleg. Door het op integratie gerichte project "Weer Samen Naar School" zijn er ook nog kinderen bijgekomen, die vroeger in het speciaal onderwijs zouden zitten en meer begeleiding nodig hebben.    

De didactische hulpvraag van een hoogbegaafd kind wordt nu wel een erg lastige. Hoe kan deze leerkracht, die toch ook maar twee handen heeft, naast al die andere kinderen een enkel kind les gaan geven op een niveau dat twee tot vier groepen hoger ligt? De praktijk wijst uit, dat dit heel moeilijk is, reden waarom er vaak voor twee oplossingen wordt gekozen: versnellen of verrijken.

Bij versnellen slaan hoogbegaafde kinderen één of meerdere keren een klas over, omdat de school voor het betreffende lesjaar geen adequaat antwoord heeft op de hulpvraag van het kind. Dit heeft tot nadeel dat kinderen in leeftijdsgroepen terechtkomen, waar ze emotioneel eigenlijk niet in thuis horen. Aangezien deze kinderen de potentie hebben om op 8-jarige leeftijd de stof van de basisschool en op 12-jarige leeftijd de stof van de middelbare school te hebben doorgewerkt, geeft dit aan hoe sterk er versneld kan worden. Het komt echter slechts incidenteel voor, dat kinderen op deze leeftijd naar de universiteit gaan. Wel komt het vaker voor, dat kinderen van 9 of 10 jaar naar de brugklas van het voortgezet onderwijs gaan. 
Bij verrijken blijft het hoogbegaafde kind gekoppeld aan het ontwikkelingstempo van de klas. Een deel van de oefenstof wordt geschrapt (compacten) en vervangen door aanvullend moeilijker werk. Omdat het tempo gekoppeld blijft aan het gemiddelde tempo van de klas blijkt dat deze oplossing voor de hoogbegaafde leerling tekort schiet. Van een doorgaande ontwikkeling passend bij de capaciteiten van het kind is geen sprake. In dit proces zal het hoogbegaafde kind zich in sterke mate moeten aanpassen aan de methodiek en de manier van leren van de grote groep. Veel scholen werken met plusgroepen of plusklassen, waarbij kinderen tijdens bepaalde lessen of dagdelen moeilijker werk voorgeschoteld krijgen. Dit blijft echter beperkt tot één of twee dagdelen per week en biedt daarom ook te weinig soelaas.


Naast de didactische problematiek speelt nog een ander probleem. Ongeveer 1 op de 40 kinderen in het onderwijs is hoogbegaafd en op een basisschool is een hoogbegaafd kind dus over het algemeen de enige in een klas. Omdat het kind vaak andere interesses heeft dan de rest van de klas wordt het al snel als "raar" gezien. Deze kinderen zijn vaker dan gemiddeld slachtoffer van pestgedrag. Zij voelen zich vaak eenzaam en hebben een slecht zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen.

Het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek van de Universiteit van Nijmegen heeft een onderzoek gedaan naar passende onderwijsvormen voor hoogbegaafde kinderen. De conclusie van hun onderzoek is:

"De beste resultaten van onderwijsaanpassingen voor hoogbegaafde leerlingen worden gevonden waar de leerling buiten de reguliere groep werd geplaatst, bijvoorbeeld een plusklas of een aparte klas of school voor hoogbegaafde leerlingen; daar krijgen leerlingen een deel van of de hele week een ander, speciaal op hen toegesneden, onderwijsaanbod."

Door hoogbegaafde kinderen bij elkaar in een klas te zetten wordt het veel eenvoudiger om passend onderwijs te verzorgen. En doordat de kinderen meer bij elkaar aansluiten qua interesses en ontwikkeltempo worden ook juist zelfvertrouwen en zelfbeeld sterker.

Het Leonardo onderwijsconcept is uitgewerkt om hier invulling aan te geven. En dat de behoefte aanwezig is mag duidelijk zijn uit het aantal initiatieven om een Leonardo school te vestigen dat in Nederland en het buitenland van de grond komt.

 

Het onderwijs in het Nederlandse basisonderwijs sluit dus niet voldoende aan bij de behoefte van deze doelgroep. Dat heeft allerlei ongewenste effecten. Veel hoogbegaafde kinderen gaan onderpresteren: ze willen niet meer naar school, verliezen alle interesse in leren of gooien de kont tegen de krib en worden rebels. Dat slecht 15-25% van de hoogbegaafden een universitaire opleiding afrond is daar tekenend voor.

 

Ouders die denken dat hun kind geschikt is voor Leonardo-onderwijs adviseren we nadrukkelijk dit in eerste instantie te bespreken op de huidige school van hun kind.

 

Verdere informatie kunt u vinden: www.tweemaster.info/