De Opleidingsschool

                                             

De Opleidingsschool (DOS)

Vlissingen, 8 juni 2011.

 

Op 1 januari 2010 is de Pabo-HZ, samen met Alpha, Archipel en Prisma gestart met de opleidingsschool (DOS). Binnen DOS wordt in grotere gezamenlijkheid dan bij Opleiden in de School (OidS) al het geval is, samen de opleiding van de aanstaande leerkracht vormgegeven. Inmiddels zijn we ruim anderhalf jaar verder en worden de contouren van deze verdiepingsslag helder.
Nu alle scholen van bovengenoemde drie schoolbesturen gaan participeren in het project en er meer schoolbesturen (o.a. Nobego) bij komen, is duidelijkheid over de te volgen koers noodzakelijk. Onze droom wordt steeds meer werkelijkheid.

Werkplekleren
Tot nu toe hanteren we vooral de term ‘stage' als we het hebben over de aanwezigheid van de student op de basisschool, de vulling van het buitenschoolscurriculum. Het woord ‘stage' dekt binnen DOS de lading niet meer. Meer en meer gaat er een verschuiving plaats gaat vinden van ervaring opdoen in het lesgeven, naar een zich intensief verdiepen in wat er nu plaatsvindt in en om de groep. Daarbij hoort een, passend bij de fase waar de student in de opleiding zit, onderzoekende houding en ‘nieuwsgierig' zijn naar wat er in en om de klas gebeurt en waarom. Het is niet alleen het toepassen van wat op de opleiding wordt aangeboden, maar ook dat de werksituatie een inspirerende werkomgeving wordt. Meer dan hij nu al is. De student wordt partner binnen de school en participeert zo mee, binnen de ontwikkeling die de school doormaakt.
De term ‘werkplekleren' geeft daarom beter weer wat we bedoelen met het vullen van het buitenschoolscurriculum. Werkplekleren is in de literatuur immers ‘het leren van beroepsspecifieke kennis en vaardigheden op de werkplek'. Hier: de basisschool.

Een andere opleiding, een andere basisschool visa versa
Als uitwerking van het werkplekleren zien we onder andere een grotere rol weggelegd voor de groepsmentor. Afgelopen jaar heeft de Pabo aan alle scholen al gevraagd om zogenaamde ‘sjabloonlessen' te geven. Het doel van die lessen is om te laten zien dat de theorie op de Pabo gebaseerd is op reële situaties uit de praktijk. Door de sjabloonlessen gaat de student zien dat hij de beschreven situatie ook in de praktijk tegenkomt. Hij is dan voorbereid en heeft een antwoord paraat om de ontstane situatie aan te kunnen. Tegelijk zien we graag dat de student en de groepsmentor samen in gesprek gaan over de les die de groepsmentor geeft. Om op die manier achter de motieven te komen waarom de groepsmentor zo, in deze situatie, bij deze groep, bij dit lesonderdeel, handelt. 
De groepsmentor vindt handelingen die hij in de klas uitvoert heel gewoon. De student heeft vaak geen flauw benul wat de achtergrond is van beslissingen van de groepsmentor.
Het mes gaat aan twee kanten snijden: Door elkaar te bevragen wordt men meer en meer bewust van het feit waarom men zo handelt. De groepsmentor zal zich ongetwijfeld realiseren dat hij ‘bewust bekwaam' is en dat hij niet alles op de ‘automatische piloot' doet. Zou dit niet tot kwaliteitsverbetering op de werkplek leiden?
De student zal door het voorbeeldgedrag van de groepsmentor nog meer inspiratie opdoen in het werkveld. Hij zal geprikkeld worden om nog scherper te kijken en te luisteren. Dat is dan een mooie opmaat naar het onderzoek. Uit het vervolg zal blijken dat onderzoek een belangrijke rol speelt binnen DOS.
Het is de opzet van de partners in DOS om het werkveld zo nog meer, en dat wordt positief bedoeld, te prikkelen tot inspirerend en boeiend lesgeven. Daarbij: De student ervaart het als bijzonder positief als de groepsmentor betrokkenheid toont bij zijn studie, betrokkenheid toont bij wat er in de opleiding aan de orde komt.
Die wederzijdse nieuwsgierigheid met het oog op het opleiden is van groot belang voor de basisschool, de student en de Pabo. De deelnemende partijen hebben belang bij wederzijdse beïnvloeding en zullen daar beter van worden. DOS is een middel om op één lijn te komen.

Kennisdeling
Door de hechtere samenwerking binnen DOS kan kennisdeling vaker gerealiseerd worden. De basisschool heeft de Pabo veel te leren. Er zijn groepsmentoren die enorme kennis van zaken hebben op het gebied waarin ze zijn gespecialiseerd. De uitwisseling van die kennis is van essentieel belang voor de opleiding, maar ook voor de basisschool. De Pabo wil voorkomen dat ze achterloopt voor wat betreft de ontwikkelingen die in het veld spelen. Een voorbeeld: Door de belangstelling die er in het Zeeuwse is voor ‘Boeiend Onderwijs', zijn er in het afgelopen jaar gastlessen verzorgd door een docent van een basisschool, die zich in boeiend onderwijs heeft verdiept. Een ander voorbeeld is de kennisdeling, visa versa, rondom nieuwe methodes. DOS staat er voor dat we samen sterk zijn. Dat we samen de verantwoordelijkheid hebben om de student op te leiden tot een alerte en kritische leerkracht.
Andersom zijn er landelijke ontwikkelingen die de Pabo graag doorspeelt, vaak via de student, aan het veld. Denk aan de ontwikkelingen rondom de kennisbasis.

Coachingsvaardigheden
De scholing voor groepsmentoren die dit jaar van start gaat, is vooral gericht op coachingsvaardigheden. In overleg met de besturen wordt naar een invulling en uitvoering op maat gezocht. Deze scholing wordt juist aan de basisscholen gegeven, omdat we willen dat Pabo-studenten op de werkplek groepsmentoren hebben die excellent zijn op dit punt. Aan de orde komt o.a. feedback geven en ontvangen, luisteren, vragen stellen, hoe begeleid ik een student bij onderzoek.
Scholing op dit gebied is juist een belangrijk punt waarin de Opleidingsschool zich onderscheidt van de andere vormen van werkplekleren. De persoonlijke ontwikkeling van de student staat in DOS centraal en tegelijkertijd ook de ontwikkeling van de groepsmentor.

Onderzoek
Binnen DOS is er voor studenten van Pabo-1 tot met Pabo-4 plaats ingeruimd voor ‘onderzoek'. Een Pabo-1 student heeft ander vaardigheden in het onderzoek doen, dan aan een Pabo-3 student. Als middel om dit onderzoek te verrichten wordt gebruik gemaakt van Professionele Leergemeenschappen (PLG's). Soms maken we onderscheid tussen Leergemeenschappen (LG's) voor Pabo-1 en -2 en PLG's voor Pabo-3 en -4.
Een (P)LG bestaat over het algemeen uit één of meerdere teamleden, de directeur, de studenten, de OM-er en de Pabo-docent. De laatste twee op afstand, omdat zij meerdere PLG's tegelijk begeleiden. Het uitgangspunt is dat in de (P)LG vragen aan de orde komen die een duidelijke relatie met de schoolontwikkeling hebben. Het zijn dus niet speciaal vragen die de student bedenkt, maar vragen die de (P)LG gezamenlijk bedenkt en een relatie hebben met de schoolontwikkeling. Voorwaarde is dat de onderzoeksvragen in een halfjaar en met beperkte middelen zijn te behandelen.
We hopen hiermee dat de onderzoekende houding van de groepsmentor en van de student geprikkeld wordt en dat dit leidt tot een grotere bezinning op wat er gaande is op de werkvloer. De student kan de vaardigheden op onderzoeksgebied die hij op de opleiding heeft verworven, nu in de praktijk toe gaan passen.

Rol van de Opleidingsmentor en Pabo-docent
In de driehoek school, student en opleiding gaan de stagebegeleiders, opleidingsmentor en Pabo-docent een nog belangrijker rol spelen dan ze al doen. De Pabo-docent zal nauwer betrokken worden bij wat er in de school gebeurt. Door nauwlettend de ontwikkeling van de student te volgen en door de rol die de docent in (P)LG's krijgt, wordt de begeleiding intensiever. De opleidingsmentor gaat ook extra begeleiden en coachen. Daarnaast speelt de OM een rol bij de scholing van de groepsmentoren.

Excellente leerkracht
Nu zijn er al schoolbesturen die aangeven dat de student alleen begeleid mag worden door ‘excellente' leerkrachten. Het is een ontwikkeling die door de Pabo van harte wordt toegejuicht. De Pabo constateert dat de schoolbesturen dit op eigen initiatief doen. Deze schoolbesturen geven hiermee aan dat het opleiden van studenten een verantwoordelijke taak is, waar groepsmentoren goed op voorbereid dienen te zijn. Dit betekent een goede impuls voor het vergroten van de kwaliteit van de opleiding van de student.

Tot slot
We zijn blij met de vorderingen die gemaakt zijn. We zijn er nog lang niet, maar zien uit naar de op handen zijnde uitbreiding. Uiteindelijk zal die er voor zorgen dat de kwaliteit van de opleiden op de werkplek omhoog gaat. De faciliteiten die verstrekt worden zullen meehelpen om deze doelen te realiseren.
Trekt de Pabo zich terug en laat de Pabo meer en meer over aan de basisschool? Nee, dat is geenszins het geval. We zien in dat het samen opleiden noodzakelijk is om de snel veranderende omstandigheden op de werkvloer bij te houden.
Taakverzwaring? Ook hier zeggen we: ‘Nee'. Wel zien we dat een andere wijze van kijken naar opleiden noodzakelijk is. Een kijk waarbij de schoolontwikkeling dienstbaar wordt gemaakt aan het opleiden van potentiële collega's. Uiteraard verliezen we daarbij de kinderen die we onderwijzen niet uit het oog. Het belang van de kinderen staat voorop. 
De partners binnen DOS zien in, dat het opleiden van jonge mensen een zaak van ons allen is. Ze zien onder andere dat het werken aan de schoolontwikkeling door het team en het opleiden van studenten samen kan gaan en dat alle actoren elkaar kunnen inspireren en bemoedigen.

Henk Drayer
Projectleider DOS